Femke Dekker: “Ik kan slecht tegen onrecht”

Voormalig roeister Femke Dekker (36) beleefde haar finest moment met het behalen van de zilveren medaille met de Holland Acht op de Olympische Spelen van Beijing. FNV & Sport sprak met haar over de topsport, haar afkeer tegen onrecht en de keerzijde van de Olympische Spelen.

In 2007 startte je bij de politie. Hoe combineerde je dat met jouw roeicarrière? ‘Ik had een baan van 32 uur, maar werkte zestien uur per week op de afdeling communicatie. Toen bestond de Politie Topsport Selectie nog. Dat hield in dat je vijftig procent van de tijd moest werken en de andere helft gesponsord kreeg. Roeiers trainen elf maanden per jaar, twaalf keer per week. Die zestien uur smeerde ik uit over drie dagen en daaromheen trainde ik. Door het werk ben ik ook een betere topsporter geworden. Werk is een afleiding en ik kon me daar ook opladen en ontladen. Veel sporters die met tegenslagen te maken hebben, daarvan ligt hun wereld in puin. Ik wist dat er meer was en dat gaf me een boost meer uit mijn topsport te halen.’

Wat heeft de topsport bijgedragen aan jouw huidige werk?
‘Ik heb achttien jaar voor Nederland geroeid en dat heeft me gemaakt tot wie ik ben. In de topsportwereld is het overleven. Het is hard en direct. Doorzettingsvermogen, incasseren van kritiek, omgaan met tegenslagen, de grenzen opzoeken en verleggen zijn dingen die ik daar geleerd heb. Daarnaast ben ik binnen het bedrijf ook erg oplossingsgericht.’

Lees het hele artikel in de nieuwe digitale editie van ‘FNV & Sport’.

Date: 2016-06-06
Source: FNV & Sport