Sporten in de stad kost 30% meer contributiegeld dan op het platte land. Dat is de conclusie uit de Contributiemonitor van het Mulier Instituut en de Hogeschool van Arnhem (HAN).

‘Verenigingssporters betalen in niet-stedelijke gebieden gemiddeld 30 procent minder contributie dan in zeer sterk stedelijke gebieden. Aannemelijk is dat de hogere grondprijs in stedelijke gebieden wordt doorberekend in de huur die verenigingen betalen. Verenigingen vertalen deze hogere huur in een hogere contributie. Het verschil is het grootst bij tennisverenigingen. Die vragen gemiddeld 50 procent minder contributie in niet-stedelijke gebieden’, zo lezen we op de website van het Mulier Instituut.

Enkele andere belangrijke uitkomsten uit de Contributiemonitor:

  • Voor een jaarlidmaatschap bij een hockeyvereniging betalen zowel volwassenen (281 euro) als jeugdleden (255 euro) de meeste contributie. De contributie voor een tennis- (139 euro) en atletiekvereniging (172 euro) is gemiddeld het laagst. De gemiddelde contributie voor een sportvereniging in het seizoen 2016-2017 varieert van 139 euro tot 281 euro voor volwassenen en van 78 euro tot 255 euro voor jeugdleden.
  • De contributies voor jeugdleden zijn over het algemeen substantieel lager (gemiddeld 22%) dan voor volwassenen, al zitten tussen sporten en verenigingen grote verschillen. Bij atletiek- en hockeyverenigingen bedraagt het verschil in de contributie tussen senioren en junioren gemiddeld ongeveer 25 euro, bij handbal, tennis en volleybal 50 euro.
  • Sportverenigingen in krimp- en anticipeergebieden hebben gemiddeld een lagere contributie dan sportverenigingen in overige gebieden. Bij atletiek-, hockey-, tennis- en voetbalverenigingen is de contributie in anticipeergebieden ongeveer 20 procent lager.
  • Volwassenen betalen voor een toegangskaartje bij zwembaden gemiddeld bijna 5 euro en voor ijsbanen gemiddeld ruim 7 euro.